Tweetalig opvoeden? Waarom eigenlijk?

We kunnen er niet meer om heen: een op de zes huwelijken is tegenwoordig “gemengd”. Daar zijn verschillende redenen voor te noemen:

  • De komst van internet (contact leggen met mensen over de hele wereld via nieuwe sociale media)
  • Onze vergrote mobiliteit (werken en wonen in het buitenland is eenvoudiger dan vroeger)
  • De grote mate van diversiteit in de samenleving (we bewegen ons niet meer binnen één zuil, één kerk, één buurt of één gemeenschap waarin je geboren bent)

Gemengd?  Dat betekent dat partners van verschillende culturele, etnische of nationale herkomst zijn. Als je om je heen vraagt kent iedereen wel een gemengd stel. In sommige wijken van grote steden is bijna de helft van de kinderen van gemengde komaf.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook gezinnen waarin beide ouders een andere moedertaal hebben dan het Nederlands. Er zijn ook Nederlandse ouders die met kinderen emigreren naar een ander taalgebied. Allemaal situaties waarin we ons kunnen afvragen hoe en of we tweetalig willen opvoeden.

Waarom tweetalig opvoeden? Bijvoorbeeld omdat:

  • Men wil dat het kind de (tweede) taal en cultuur leert kennen.
  • Ouders het belangrijk vinden dat kinderen ook met bijvoorbeeld opa en oma kunnen praten.
  • Ouders graag willen dat hun kind tolerant is t.a.v. anderstaligen. Kinderen zeggen dan niet meer: “wat praat hij raar” maar “welke taal spreekt hij?”.
  • Het vroeg aanleren van een tweede taal het straks makkelijker maakt om een derde taal aan te leren. De blik op andere taal en cultuur wordt verbreed.

Het blijkt dat kinderen op jonge leeftijd vrij makkelijk kunnen schakelen tussen talen en personen. Het is voor hen heel normaal om bijvoorbeeld een vraag in het Nederlands te stellen en antwoord in een andere taal te krijgen. Ze weten ook feilloos welke taal bij welke persoon thuishoort. Net zoals er verschillen kunnen zijn in opvoedingsstijl , is ook een taalverschil geen enkel probleem. Mensen verschillen nu eenmaal en de taal die ze gebruiken is daar een onderdeel van.

Een paar aanwijzingen:

  • Bedenk dat tweetaligheid in de wieg begint. Het is een keuze waar u beide achter staat. Als u op latere leeftijd – bijvoorbeeld door emigratie –  in een ander taalgebied terecht kom,  blijf dan bij de taal die u samen al sprak. De taal van het nieuwe land wordt op school en op straat geleerd.
  • Als u merkt dat uw kind aan tafel in gesprek met uw partner is, trap dan niet in de valkuil om ook in de taal van uw partner mee te gaan praten. Dat is namelijk verwarrend voor een kind.
  • Als u voor tweetaligheid kiest, kies dan voor de taal van uw hart, de taal die u vanzelfsprekend beheerst. Dus ga geen Frans aan uw kind leren als uw partner Frans spreekt en u zelf van Nederlandse komaf bent. Het risico dat uw kind spel- en grammaticale fouten overneemt is groot. Blijf in dat geval gewoon Nederlands spreken en laat uw partner consequent Frans praten met uw kind.
  • Kinderen die tweetalig worden opgevoed, lijken gemiddeld iets later te gaan praten, maar dat komt omdat ze iets steviger in hun schoenen moeten staan om in de juiste taal de juiste  woorden voor een situatie te vinden. Later blijkt dat deze kinderen juist weer een voorsprong hebben in hun woordenschat. Uiteindelijk is er dus nauwelijks verschil te bemerken.
  • Als uw kind naar een Nederlandse school gaat, kan de tweede taal soms wat in het gedrang komen. Om deze balans te herstellen is het raadzaam om thuis regelmatig liedjes te zingen of verhaaltjes voor te lezen in de tweede taal.

Tot slot: Als u kiest voor het aanleren van uw moedertaal, doe het dan consequent. Dat betekent volhouden. Voor niet-Nederlandse ouders die al langere tijd in Nederland leven en zelf ook steeds beter Nederlands leren, is dat nog best een hele opgave. Als uw inzet op tweetaligheid verwaterd, zal het ook bij uw kind snel weer verdwijnen. En dat zou toch jammer zijn.

 

Reactie

Laat ons zien dat u geen robot bent: (verplicht)